nieuwe maan
Welkom De maan De Natuur De Magie De Mystiek
 

Wat vind ik hier?

Artikelen over inspirerende personages en spirituele plekken.


 
Belangrijke links

Gastenboek

Kalender

Weblog

website overzicht

Startpagina

Contact

Linkpagina


























































































































































































































































































































Willibrordputten

Een Willibrordusput is een put of bron waarvan de overlevering wil dat deze door de Heilige Willibrord is geslagen.
Als de plaatselijke bevolking verlegen zat om water, sloeg Willibrord een aantal malen met zijn staf op de grond, waarop een bron ontsprong. Door het aanschouwen van dit mirakel zou de plaatselijke bevolking zich hebben laten kerstenen. Aan het water van deze bronnen werd later een geneeskrachtige werking toegeschreven. Zo werd het Gebreck van Sint Willebrort (rachitis) met dit water bestreden. Mogelijk speelt in de symboliek hieromheen het gegeven dat Willibrord aldus een Christelijke inhoud gaf aan de natuurverering van de Germaanse volkeren die hij trachtte te kerstenen. Het gaat voorbij aan het soms gewelddadige optreden van Willibrord en de zijnen, waarbij heiligdommen werden vernietigd of ontwijd. Ook nu zijn er nog tal van Willibrords putten die je kunt bezoeken waar Willibrord zou hebben gepredikt. Een rechtstreeks verband met Willibrord is nimmer aangetoond, hoewel enkele van deze putten een hoge ouderdom bezitten.


De Willibrord put van Heiloo vind je naast het witte kerkje in het centrum het dorp, op de Heerenweg 32.
Verondersteld wordt dat er reeds in de vroege middeleeuwen een Willibrordverering bestond in Heiloo. Pas uit de 17e eeuw dateren de eerste feitelijke berichten van bedevaarten naar de geneeskrachtige Willibrordusput.



De Willibrord put in Diessen vind je op de Heuvelstraat 1, naast de parochiekerk. In de eerste decennia van de 17e eeuw trok de put tal van bedevaartgangers, die afkwamen op het wonderdadige water van de Willibrordusput, dat vooral werd gebruikt voor de genezing van het zogenoemde gebrek van St. Willibrord, een bepaalde kinderziekte. Ook werden er relieken van de heilige vereerd. In de 18e eeuw is de bedevaart verlopen tot een lokale cultus en daarna verdwenen. Omstreeks 1900 knoopte het feest met de naam 'Diessense Pinksteren' echter aan bij de oude St. Willibrordusverering. Dit feest heeft tegenwoordig vooral het karakter van een braderie. 
 



Op het landgoed Geijsteren staat de zeer oude St. Willibrordkapel. Deze kapel is rond 1500 in gotische stijl gebouwd. Willibrord kwam in 687 uit Ierland naar Nederland om het geloof te verkondigen. Ook Geijsteren was één van zijn rustplaatsen. De plek waar nu de kapel staat, is een oude cultusplaats waar ook recht werd gesproken. Dat veel mensen hier langs kwamen is nog steeds te zien aan de vele wegen die hier samenkomen. Naast de kapel bevindt zich een waterput. Deze put is gebouwd in een poel die  Willibrord gebruikte om mensen te dopen. De put is ook omstreeks 1500 gebouwd. Naast de put staat een oude grenspaal. Het is één van de dertien palen die in 1551 zouden zijn geplaatst om de grens tussen het Land van Cuyk en het Land van Kessel te markeren.
  


De Willibrordput in Oss is te vinden op de 
Willibrordusweg 81.
De put wordt vanaf 
de 14e eeuw in schriftelijke bronnen genoemd, maar is waarschijnlijk ouder. Bij de put heeft een kapel gestaan en een Willibrordboom. 
Ter plekke is een boomstamput opgegraven uit de periode 900-1250. De overlevering wil dat Willibrord tijdens zijn leven de plaats bezocht heeft. 
Eeuwenlang gold het water als een heilzaam middel, vooral tegen koorts. De komst van bedevaartgangers staat vast voor de periode van de 17e tot en met de 19e eeuw, maar gezien de relatief grote bekendheid van de put in voorafgaande eeuwen is waarschijnlijk sprake van een veel oudere traditie. 




 Willibrordput bij het gehucht Hof op de Keulsebaan ten noordwesten van Meijel.
De put dateert in zijn huidige vorm uit 1900, maar wordt al in 1325 vermeld. De put was tevens een baken in het uitgestrekte en slecht toegankelijke Peelgebied
De oudste vermelding van de St. Willibrord put dateert uit 1325. De put heeft eeuwenlang een rol gespeeld als grensmarkering. In 1742 wordt gemeld dat de put vroeger algemeen bekend was en bedevaartgangers trok die het water dronken ter genezing van moeraskoorts. Tot in de eerste helft van de 19e eeuw kwam men voor dit doel nog uit de omgeving naar de put. Aan het einde van de 19e eeuw ontstond de overlevering dat St. Willibrord op die plaats heeft gedoopt. 

       
            





 

 

Op deze pagina:

De menhirs van Weris.
Een heidense bedevaart.
De wensput.
Doreen Valiente, mother of witchcraft.
Smid of tovenaar?



De menhirs van Weris

Het woord zelf stamt uit de Bretonse taal en samengesteld uit men (steen) en hir (lang). De menhirs kunnen alleenstaand zijn, zich in de nabijheid bevinden van een megalithisch graf, in een rij of cirkel geplaatst zijn. Het materiaal, de vorm en grootte van de menhirs werd vaak bepaald door dat wat in de omtrek te gebruiken was. Er is al heel veel onderzoek gedaan naar de betekenis van megalietenvelden er bestaan vele hypotheses. Het is in ieder geval duidelijk dat ze niet lukraak werden geplaatst en opvallend vaak geometrische overeenkomsten vertonen.


Pierre Haina. Foto: Nieuwemaan

De menhirs (in totaal meer dan 20) en de 2 ganggraven van Weris zijn aan het eind van de 19de eeuw ontdekt. De stenen werden door mensen ten tijde van het Neolithicum (3000 tot 4000 jaar geleden) rechtop gezet in een kuil en op hun plaats gehouden door ruststenen. De naam van het kleine dorpje in de Belgische Ardennen betekent in het Bretons “uitzichtpunt”. De menhir waar het gehele complex van megalieten om draait lijkt de Pierre Haina (Keltisch voor “steen der voorvaders”). Het grappige is dat juist deze megaliet geen echte menhir is, maar meer een gril van moeder natuur. Hoogstwaarschijnlijk is er wel aan gewerkt om hem te prononceren. De megaliet staan op de rand van een heuvel en je moet een flinke klim maken om hem te bereiken. Het drie meter hoge monument maakt direct indruk door de helling van 45 graden. Als een vinger die uit de grond komt wijst hij naar het oosten. Er is ook weinig fantasie voor nodig om er een gigantisch fallisch symbool in te zien. Zittend op de basis overzie je de gehele vallei. Door zijn afmeting zal hij zeker in het gehele dal terug te vinden zijn geweest, maar door de huidige begroeiing is dit alleen in de winter of vroege voorjaar mogelijk. De steen is gewit en het witten werd voor het eerst vermeld in 1890. Tot op de dag van vandaag wordt dit jaarlijkse ritueel uitgevoerd door de Werisiens, een Paganistische groep die rond het Equinox vóór zonsondergang naar de Pierre Haina gaat. Met deze samenkomst houden ze de voorouderlijke traditie in stand en vieren feest.
Het witten van de megaliet heeft zijn oorsprong in de legende dat de Pierre Haina de stop is die de schacht afsluit naar het hellevuur der aarde. Eens in de zoveel tijd zou de duivel naar boven komen om het dorp te teisteren. Het witten van de steen heeft een reinigende functie en de kleur zou de duivel afschrikken waardoor hij hem niet meer aan durft te raken.


Pierre Haina gezien door de inkeping. Foto: Nieuwemaan

Achter de Pierre Haina bevindt zich een rotsformatie waarin een V-vormige inkeping te zien is. Als je door de inkeping kijkt en de witte menhir daarbij als het ware in het vizier houdt, kijk je precies naar het westen. Op deze manier zal je de zon boven de menhir onder zien gaan tijdens de equinoxen. Vanaf de menhirs van Oppagne zul je tijdens de zonnewende de zon boven de Pierre Haina zien opkomen. Een oriëntatie punt om de winterzonnewende waar te nemen is nooit gevonden. De geometrische overeenkomsten lijken meer dan toevallig en persoonlijk vind ik het aannemelijk dat we hier te maken hebben met een Neolithische kalender die als referentiekader werd gebruikt. Deze tijd karakteriseert zich immers door het ontstaan van de akkerbouw en veeteelt.

In een andere hypothese wordt geopperd dat de megalietenbouwers op de hoogte waren van  aardstralen. De meeste menhirs staan volgens deze hypothese op plekken waar storende energie de aarde uitstroomt als gevolg van breuklijnen of wateraders. De stenen zouden als condensators dienen van kosmische en aardse energieën. De menhir zou deze energieën in een bepaalde richting leiden en zo negatieve energie omzetten in positieve energie.
De schrijver P. de Saint Hilaire (Raadselachtige Ardennen) ziet in de plaatsing van de megalieten het sterrenbeeld van de Grote Beer afgebeeld. Welke functie het zou hebben gehad heb ik niet kunnen achterhalen.


het duivelsbed. Foto: Nieuwemaan

Aan de voet van de heuvel waar de Pierre Haina staat vind je het “duivelsbed” waar volgens de legende de duivel zou rusten na zijn escapades. Tijdens mijn bezoek aan dit megaliet lag er een afbeelding op, gemaakt van stenen, takken en zaden. Ik herkende er direct de duivel in, maar bedacht later dat het net zo goed de god Pan kon verbeelden. En  in combinatie met de Pierre Haina als fallus symbool zag ik het duivelsbed als een altaar voor de vruchtbaarheid. Er is nog veel meer te vertellen over de megalieten van Weris en er zal allicht nog veel meer over geschreven worden. Maar de Pierre Haina maakte de meeste indruk op me. Wat het ook mag zijn, het inspireert!



Een heidense bedevaart

Op zoek naar het heidense verleden in Nederland kwam de kapel van Walrick op mijn pad.
Een ruïne en een grote bijna honderdjarige eik vol met lapjes gelegen in het prachtige natuurgebied de Hatertse vennen bij Overasselt. Een plek die in de 21ste eeuw nog steeds mensen aantrekt om hun kwaal of zorgen af te binden.

Wie was Walrick? Waarschijnlijk een monnik die in de eerste eeuw na onze jaartelling een abdij stichtte. Hij had veel aandacht voor de zieken en na zijn dood ontstond er een cultus rond zijn graftombe. St. Walrick werd aangeroepen door een ieder die hulp nodig had bij zijn of haar genezing. De abdij had ook grondbezit in de omgeving van Overasselt waar een klooster was gebouwd. Het klooster raakte na de 13de eeuw in verval maar de kapel werd in de 15de eeuw herbouwd en genoemd naar de heilige Walrick.

Ook deze kapel raakte in verval maar werd nooit afgebroken. In de 17de eeuw was het een ruïne maar dat deed niet onder voor haar aantrekkingskracht. Gelovigen trokken massaal naar de ruïne om te bidden en te offeren voor de zieken. Dit gebeurde met name tijdens de vastendagen,  Pasen en Pinksteren. Rond die tijd verdween de heilige Walrick naar de achtergrond en nam St. Willibrord zijn plaats in. In de legende was St. Walrick gedegradeerd tot bendeleider, die de buurt onveilig maakte. Toen zijn dochtertje ernstig ziek werd deed hij een beroep op St. Willibrord die toevallig in de buurt was om het woord te verspreiden. St. Willibrord verkondigde ook hem het woord en Walrick beloofde zich te bekeren als zijn dochtertje zou genezen. Zo geschiedde en Walrick vertrekt voor tien jaar als boeteling naar Rome. Eenmaal terug werkt hij als pastoor in de parochie en zijn voormalige bendeleden werkten mee aan de bouw van de kapel. Hij had de bijzondere gave om mensen te genezen en zijn volgelingen vroegen zich af wat ze moesten als hij er niet meer was. Daarop gaf hij de opdracht om een eik te planten op zijn graf en aldaar te bidden voor genezing.


Walrick met de lappenboom. Foto: Nieuwemaan

Het achterlaten van repen stof wordt sinds 1846 benoemd. Om het ritueel kracht te geven moest er aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Het lapje stof, dat van het hemd van de zieke werd gescheurd, moest ongezien aan de boom worden geknoopt. De persoon moest vertrekken zonder om te kijken. Daarna trokken de buren in processie naar de kapel om aldaar te bidden. Maar er werden ook wel lapjes achtergelaten als een zieke was genezen.
Het afbinden wortelt in het geloof dat bomen bezielt zijn en dus het vermogen hebben om ziekten over te nemen. Niet bepaald een christelijke voorstelling. Het is één van de voorbeelden waaruit blijkt dat het christelijke geloof en magie samengaan.

Ook nu wordt de cultus levendig gehouden, getuige de vele lapjes in de bomen rond de kapel. Het is waarschijnlijk dat er niet meer alleen voor de zieken wordt afgebonden en dat een ieder zijn eigen ritueel daar heeft. De plek nodigt uit tot rustpunt, een goed gesprek of overdenking. Spiritualiteit kan op vele manieren beleeft worden.

Tijdens mijn bezoek was ik onder de indruk van het feit dat na al die eeuwen deze plek zijn aantrekkingskracht nog steeds had behouden. Het kostte me weinig moeite om voor te stellen hoe de processie langs het open veldje naar het kapelletje trok. Of om in gedachten te zien hoe een boer tegen het schemeren van de avond ongezien een strook van zijn borstrok aan de boom knoopte.
Daar ik de enige bezoeker was op dat moment, kon ik de rust van de plek op mij inlaten werken en mijmeren over het concept dat een innig geloof een grote uitwerkingskracht kan hebben. Of je gelooft en waar je in gelooft is een beslissing die je zelf neemt.
Het vertrouwen op de kracht ervan zal op zijn minst een positieve energie opleveren.
En dat kunnen we allemaal gebruiken.

bronnen:
www.geschiedenisbus.nl/ www.meertens.knaw.nl/bol/fulltext_detail.php?id=603


De wensput

Water is de bron van het leven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het water in oude tijden verbonden was met het idee dat er goden en godinnen huisden die vaak werden vormgegeven als vis of kikker. Bronnen, en later waterputten, hadden nog andere functies, naast het lessen van de dorst en het bevloeien van de akkers.
Heilige bronnen werden bezocht voor divinatie, genezing, vruchtbaarheid en geluk. De bron was vaak gewijd aan een god, godin of heilige. Op de naamdag van de betreffende werd de plek versierd met bloemen. Op jaarfeesten kwam men massaal naar de bron om gunsten te vragen of het lot te beteugelen. De rituelen bestonden vaak uit het drinken van de bron, het wassen van het lichaam of zieke lichaamsdeel, het reciteren van spreuken en de rondgang om de bron. Als dank werden offers achtergelaten in de vorm van stukken kleding, knopen, kralen, spelden of geldstukken. In moderne tijden zijn drijfkaarsen en wierook populair.

Waterbronnen golden in deze streken als de toegang tot de woning van Holda, de godin van de dood, het hiernamaals en de (weder)geboorte. Zij leeft nog voort in het sprookje van vrouw Holle. De meeste legenden over vrouw Holle komen uit Duitsland. In  grotten waar water druppelde waste jonge meisjes zich tijdens Ostara  om hun jeugd te bewaren. Pas getrouwde vrouwen namen een bad in ondergrondse vijvers om de vruchtbaarheid te bevorderen. In het rijk van Holda zou een boom staan waaraan baby’s hingen.

Ook Nederland heeft zijn deel aan heilige bronnen, waarvan sommige zeer oud zijn. Het gaat om waterputten die gegraven zijn op heidense plekken. Daar het Germaanse heidendom doortrokken was van natuurverering, met heilige bomen, stenen en water als levensbronnen, zag men tijdens de kerstening daar een opening om ze aan te passen aan het Christendom. Het water uit de put zou genezing brengen, soms specifiek voor bepaalde aandoeningen. De meeste putten werden gewijd aan Maria of een lokale heilige. Vaak werd er een kapel of kerkje bij gebouwd.
Een van de bekendste en oudste waterputten is de Runxput in Heiloo, vlak bij Haarlem.
Over de typische naam tast men in het duister. Het Heylicheloo was ooit een heilig bos voor de Germanen.  Rond 690 liet Willibrord er een put slaan en een kerkje bouwen. Toen het water uit deze put geholpen zou hebben bij het bestrijden van een veepestepidemie in 1713 werd de put vernoemd naar Maria. De put is nog altijd een populaire bestemming voor bedevaartgangers.


Runxput Heiloo. Fotograaf onbekend

Het doen  van een wens bij een vijver of fontein is nog altijd een populaire bezigheid, getuige de vele muntjes die je in de verschillende bronnen overal ter wereld kan ontwaren. Zelfs op mijn nederige murmelsteen in de tuin hebben vrienden muntjes achtergelaten.
Frater Chorozon heeft een interessante theorie gegeven waarom een wens zou werken.
Hij refereert aan de chaostheorie, die het makkelijkst geïllustreerd word door het vlindereffect. De slag van de vleugels van een vlinder op het zuidelijk halfrond kan in theorie een atmosferische kettingreactie veroorzaken waardoor er, na verloop van tijd, op het noordelijke halfrond een stevige storm ontstaat.
Als wij spreken ontstaat er turbulentie in de lucht. Een zichtbaar voorbeeld is de ring van rook die je kan produceren door op de juiste manier je lippen te tuiten en lucht verplaats door het rookwolkje. Gedachten en visualisaties zouden in de elektromagnetische sfeer een golfbeweging veroorzaken, zoals een afstandsbediening de tv aanzet. “Plant je gedachten in chaos en zij verworden tot oogst”.
Maar bovenal geldt dat een rotsvast vertrouwen en geloof de mooiste wensen vervult.
Het is de ware bron van magie.


Mother of witchcraft

Een ieder die “the charge off the goddess” heeft gelezen wordt geraakt door de diepere betekenis ervan. Bijna elke heks kent dit gedicht en het wordt wereldwijd gebruikt om de Godin aan te roepen en te eren. Het is daarom zo jammer dat maar weinig mensen weten wie het geschreven heeft. Haar naam is Doreen Valiente. Ze wordt wel de moeder van de Wicca genoemd.

Doreen Edith Dominy werd 4 januari 1924 geboren in Mitcham, zuid Londen. Ze groeide op in west Engeland, een gebied waar nog veel paganistische tradities in ere worden gehouden. Al op 7 jarige leeftijd toonde ze interesse in de bewegingen van de maan. Ze volgde de maanfases vanuit de achtertuin van haar ouders en speelde heksje op de bezem. “Het gevoel dat het maanlicht mij toen gaf zette de toon voor mijn ontwikkeling” zou ze op latere leeftijd zeggen.
Vanaf haar 13de levensjaar begon ze te experimenteren met simpele magie. Haar ouders, erg religieus, waren bezorgd dat Doreen een heks zou worden.
Doreen werd christelijk opgevoed en ging naar een christelijke school. Op haar 15de liep ze weg van school en weigerde daar terug te gaan.
De drang om meer te weten over magie bleef, en ze las elk boek wat voor handen kwam. Vooral Charles Godfrey Leland, Aleister Crowley en Margaret Alice Murray waren haar favorieten.
 
Ze vond werk als secretaresse. In de vroege oorlogsjaren trouwde ze als 19 jarige een zeeman, die 6 maanden later sneuvelde op zee. Een trieste gebeurtenis waar veel jonge vrouwen mee te maken hadden tijdens de oorlog.
In 1944 trouwde ze met Casimiro Valiente, een Spaanse vluchteling van de burgeroorlog. Met hem deelde ze de rest van zijn leven. Na de oorlog verhuisde ze naar Bournemouth, waar de rust en de folklore van de streek haar interesse voor de hekserij en het occulte weer deed oplaaien.
In 1952 las Doreen een artikel over de coven New Forest. Deze coven had tijdens de oorlog een groot ritueel gehouden om de invasie van Hitler in Engeland te voorkomen. Nog altijd bezig met magie, schreef ze Cecil Williamson, eigenaar van een heksenmuseum, een brief, en vroeg om een contact adres. Hij stuurde de brief door naar Gerald Gardner. Ze kwamen met elkaar in contact en een jaar later, tijdens Litha, werd ze door hem ingewijd. Gardner heeft altijd beweerd dat zijn Boek der schaduwen materiaal bevatte die direct afkomstig was uit de New Forest coven, en dat het overleveringen waren van de oude religie. Het was Doreen echter opgevallen dat sommige passages van Aleister Crowley en Charles Leland waren. Toen ze Gardner er mee confronteerde vertelde hij dat de overleveringen fragmentarisch waren en hij ze zo goed hij kon had moeten aanvullen. “Maar” zei hij, “als jij het beter kan, ga je gang”. Doreen nam de uitdaging aan. Ze reconstrueerde het geheel, gaf haar eigen interpretatie van de oude religie en schrapte veel van Crowley’s materiaal. In plaats daarvan gebruikte ze veel invloeden van Leland. Haar uitzonderlijke gave voor het maken van gedichten kwamen daar bij goed van pas. Het resulteerde in de basis voor de Gardneriaanse Wicca van vandaag.

De Nederlandse vertaling van “the charge off the goddess”: 

Luister naar de woorden van de Grote Moeder,
Die ook in oude tijden onder de mensen geroepen werd,
Als je iets nodig hebt, ooit,
Eens per maand, bij volle maan,
Kom dan samen in het geheim en
Vereer je de geest in Mij,
Koningin van alle hekserij,
Als je alle toverij wilt leren en
Je haar diepste geheimen nog niet kent,
Jullie leer ik wat nog in het duister verblijft.
Ik, schoonheid van de groene aarde,
De witte maan tussen de sterren en
Het mysterie van het water dat vloeit,
En het verlangen in het hart van de mensen,
Ik spreek tot uw ziel:
Sta op en kom in mij,
Want ik ben de ziel der natuur
Die leven geeft aan het universum
Alles komt uit mij voort en
In mij keert alles terug.
En wie mij zoekt moet weten,
Dat alle zoeken vergeefs is,
Als je de mysteriën niet kent:
Als je dat wat je zoekt,
Niet in je innerlijk kunt vinden,
Zul je het niet buiten jezelf tegenkomen.
Want luister goed;
Ik leef met je vanaf het begin,
En ik ben datgene,
Wat verder ligt dan het verlangen.


Door haar bijdrage aan the Book of Schadows van Gardner werd er meer de nadruk gelegd op de verering van de godin en ontplooide de hekserij zich tot een religie. Ze werd hoge priesteres naast Gardner.
Toch begonnen er zich in 1957 scheuren te vertonen in de samenwerking tussen Doreen en Gerald. Dit kwam voornamelijk omdat Gardner steeds meer de publiciteit zocht. Doreen en andere leden van de coven vonden dat dit de veiligheid en de oprechtheid van de coven in gevaar bracht.
Ze verliet de coven en startte een nieuwe met Ned Grove. Haar vriendschap met Garneer herstelde enkele jaren later, maar werd nooit meer als voorheen.
Haar leven veranderde dramatisch in 1964. In dat jaar stierf haar moeder en Gerald Gardner. Mede door onenigheden binnen de Gardneriaanse Wicca, besloot Doreen zich aan te sluiten bij een andere traditie. Ze werd geïnitieerd in de Clan of Tubal-Cain welke werd geleid door Robert Cochrane. Robert noemde zichzelf erfheks en was de grondlegger van de 1734 traditie. Helaas Kwam Doreen er al snel achter dat zijn verhaal meer fictie dan realiteit bevatte. Openlijk verachtte hij de Gardneriaanse traditie en had een obsessie voor drugs. Doreen verliet de coven. Later stierf Cochrane aan een overdosis belladonna tijdens een ritueel.


Doreen Valliente

In de zestiger jaren kwamen heksen van de nieuwe generatie steeds meer in de publiciteit, terwijl de heksen van het eerste uur alleen met covenleden over hun praktijken praatten. Doreen vond als een van de weinigen een middenweg. Nooit heeft zij haar hekszijn ontkend en stond op voor het Paganisme als het moest.
Na de dood van haar man (april 1972) begon Doreen met het schrijven van boeken: 'An ABC of Witchcraft' (1973), 'Natural Magic' (in 1975) en 'Witchcraft for Tomorrow' (in 1978). Door deze boeken werd ze gezien als een autoriteit op het gebied van hekserij en magie. Vele schrijvers zochten contact met haar en ze stond altijd klaar om haar kennis te delen en haar uitgebreide boekenverzameling ter beschikking te stellen.
In de zeventiger jaren stond ze op om te protesteren tegen de Engelse regering die plannen hadden om een wet aan te nemen die de hekserij zou verbieden.
Haar doorzettingsvermogen voorkwam dat de wet werd aangenomen.

In 1980 begon haar zoektocht naar Old Dorothy Clutterbuck. Zij zou de hogepriesteres zijn geweest die Gardner had ingewijd. Omdat er zo weinig over haar bekend was, werd er geopperd dat Gardner het allemaal had verzonnen.
Na twee jaar zoeken vond ze de geboorte en overlijden akten die bewezen dat Dorothy wel degelijk had bestaan. Het verhaal over de zoektocht naar Dorothy is gepubliceerd in ‘A witches bible’ van Janet en Steward Farrar.
In 1989 schreef Doreen haar autobiografie ‘The rebirth of witchcraft’.
Doreen heeft veel lezingen gegeven die georganiseerd werden door de Pagan Federation, welke is opgericht in 1971. Haar doel, om juiste informatie te verschaffen over het Paganisme en verkeerde opvattingen omtrent de religie weg te nemen deed haar in 1995 besluiten beschermvrouw te worden van het centrum voor Pagan Studies. Het centrum is opgericht door John Belham-Payne. Hij was haar laatste hoge priester en werkpartner.

De laatste jaren van haar leven vocht ze tegen kanker. Ondanks het feit dat ze fysiek steeds minder kracht had, bleef ze lezingen houden.
Een fragment uit haar laatste lezing:

"The initiaties of the ancient pagan Mysteries were taught to say 'I am the child of earth and Starry Heaven and there is no part of me that is not of the Gods".  If we in our own day believe this, then we will not only see it as true of ourselves, but of other people also.  We will for instance cease to have silly bickering between covens, because they happen to do things differently from the way we do them.  This incidentally is the reason why I eventually parted from Robert Cochrane, because he wanted to declare a sort of Holy War against the followers of Gerald Gardner, in the name of traditional witchcraft.  This made no sense to me, because it seemed to me, and still does, that as witches, pagans or whatever we choose to call ourselves, the things which unite us are more important than the things which divide us".
 
"I was saying this back in the 1960s", she continues, "in the days of the old Witchcraft Research Association and I repeat it today.  However since those days we have, I believe, made great progress.  We have literally spread worldwide.  We are a creative and fertile movement.  We have inspired art, literature, television, music and historical research.  We have lived down the calumny and abuse.  We have survived treachery.  So it seems to me that the 'Powers That Be' must have a purpose for us in the Aquarian Age that is coming into being - "So Mote It Be".
(Bron: controversial.com)

Ze stierf in het bijzijn van John Belham-Payne en zijn vrouw Julie op
1 september 1999 om 06:55.
Haar boekenverzameling en magische objecten liet ze na aan het centrum voor Pagan Studies.




Smid of tovenaar?
onder constructie



Site Map