Maandag, 25-12-2017
Publieke Toegang
25
December 2017
ma di wo do vr za zo
        01 02 03
04 05 06 07 08 09 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31
  kerstmis
Omschrijving:
Als belangrijkste christelijke feest in de Joeltijd en als traditionele datum voor het solstitium heeft het Kerstfeest veel van de oude midwintergebruiken naar zich toe getrokken. Het Middelnederlandse kerstesmisse verwijst naar de mis voor het Christuskind en naar het heidense feest waarop dit gebaseerd was. Vermoedelijk zijn de verschillende namen voor Kerstmis in de dertiende eeuw ontstaan. Het Duitse Weihnachten is ontleend aan het Gotische weihs en het Oudhoogduitse wh, die beide 'heilig' betekenen. Het is niet duidelijk of de Duitse naam teruggaat tot een Germaans heidense aanduiding van de Joeltijd. De naam Wihnacht (in het enkelvoud) werd voor het eerst rond 1170 opgeschreven door de dichter Spervogel. Het is aannemelijk dat voordien het woord Jul werd gebruikt, dat in het noorden gebruikelijk bleef, terwijl in het zuiden Weihnachten (meervoud) de overhand kreeg.

Vaak zijn heidense gebruiken eerder verbonden aan Kerstavond, dus de avond van 24 december, dan aan Kerstmis zelf. Meestal werd er gedanst, gezongen en muziek gemaakt. Soms gingen jongeren met lantaarns langs alle huizen en zongen voor geld of snoep. Ook met Kerstmis zelf werd wel gedanst en overal in Europa werden gemaskerde optochten georganiseerd. In Duitsland was daarbij meestal de Erbsenbar present. Daartoe werd een gemaskerde man geheel in erwtenstro gewikkeld en aan een ketting rondgeleid. Erwtenspijzen werden speciaal als voedsel voor de doden beschouwd en als zodanig voor hen neergezet. De Erwtenbeer vertegenwoordigt, net als de andere gemaskerde figuren, duidelijk de geesten van de overledenen. Het stro is wat overblijft van de oogst van graan, erwten en andere peulvruchten en het heeft daarom de levenskracht van de vegetatie in zich opgenomen. Wie erin slaagde wat stro uit de Erwtenbeer te trekken, bewaarde dit het hele jaar als krachtig middel tegen allerlei onheil of strooide dit over de akker voordat er werd gezaaid.

Alom verbreid was het gebruik om met Kerstmis of nieuwjaar stro om de vruchtbomen te winden om de levenskracht van deze vegetatie op de bomen over te brengen. Meestal werd in de Twaalf Dagen stro in huis neergelegd, waar de geesten van de overledenen zacht op konden rusten. Op dit stro werden, met name in Finland en Estland, plengoffers en spijsoffers gebracht. Ook onder de kersttafel werd stro neergelegd, zodat de geesten daar tijdens het kerstmaal konden rusten. Het stro in de kribbe van de kerststal is hier een afspiegeling van. Soms werd een kamer in huis speciaal voor de doden ingericht en werd daar gedurende de Twaalf Nachten een olielichtje gebrand zodat de geesten ook 's nachts hun weg konden vinden. Vooral stro van de laatste garve werd bewaard om in de Joeltijd op velerlei wijzen te gebruiken. Als de Twaalf Dagen waren verstreken werd het stro niet weggegooid, maar bewaard om later over de akkers te strooien voordat er gezaaid werd.


1:00  
2:00  
3:00  
4:00  
5:00  
6:00  
7:00  
8:00  
9:00  
10:00  
11:00  
12:00  
13:00  
14:00  
15:00  
16:00  
17:00  
18:00  
19:00  
20:00  
21:00  
22:00  
23:00  


[Printversie]