nieuwe maan
Welkom De maan De Natuur De Magie De Mystiek
 

Wat vind ik hier?

Artikelen over populaire medicijnen uit de oudheid die nu 
in een heel ander daglicht worden bekeken.



Belangrijke links

Gastenboek

Kalender

Weblog

website overzicht

Startpagina

Contact

Linkpagina

Museum Boerhave:

antimoonbeker 
Deze beker op een ranke
 voet is gemaakt van antimoon. De beker is versierd met vier identieke medaillons van engelen hoofden met halo's waarin 
de inscriptie ‘ave gratia plena’ (gegroet vol van genade) te lezen is. Dit is een citaat van de engel die de geboorte van Christus aan Maria verkondigde.
doosje_antimoonbeker
Bij deze antimoonbeker hoort een met goudleer beklede doos. Daarin werd de beker opgeborgen als ze niet gebruikt werd. De antimoonbekers zelf werden pocula vomitora genoemd. Daarin is het engelse to vomit (overgeven) te herkennen.
pilulae_perpetuae
Deze foto vond ik op een Poolse blog: een potje pilulae perpetuae, antimoonpillen. Of het potje authentiek is heb ik niet kunnen achterhalen. 

Beenmerg als tonicum 

Rond 1900 introduceerde het Engelse bedrijf Bovril het voedingssupplement “Virol”. Het goedje werd gemaakt van het beenmerg uit koeienribben en kalfsbeenderen. Andere ingrediënten waren eieren met schaal, moutextract (ontkiemd en daarna gedroogd graan) en citroensiroop. Het was een donkere, stroopachtige massa en werd verkocht in aardewerken potjes.


  Advertenties claimden dat het versterkend was voor het gehele lichaam en met name voor de ontwikkeling van het skelet. Vooral opgroeiende kinderen en invaliden zouden hier baat bij hebben. In ziekenhuizen werd virol gegeven in de melk van baby’s en aan zwangere vrouwen. Moeders werden gestimuleerd om hun kinderen tijdens de wintermaanden dagelijks een theelepel Virol te geven. Volwassenen smeerden de stroopachtige massa op toast of roerde het product, wat ook in poedervorm bestond, door de melk. De universiteit van Cambridge heeft destijds het product onderzocht en concludeerde dat Virol vitaminen, eiwitten en vet bevatte. Het product was zo populair dat later ook artsen in Amerika het voorschreven aan hun patiënten. Na de tweede wereldoorlog verdween Virol van de markt vanwege de hoge productiekosten.

spinnenweb als verband

Het gebruik van spinnenwebben als verbandmateriaal en als medicijn dateert minimaal vanuit het begin van onze jaartelling. Plinius de oudere beschreef de spinnenweb als bloedstelpend en om “rotting van de wonde” tegen te gaan. Het werd niet alleen ingezet bij open wonden, maar ook bij wratten, ringworm, tumoren en lepra. Tot een balletje gerold werd het door kolonisten ingenomen tegen astma en tuberculose. Spinnenweb lijkt ook invloed te hebben op de psyche. Onderzoekers meldden een “aangename gemoedstoestand, gevolgd door de neiging om te gaan slapen”. Daarnaast zijn er vermeldingen dat spinneweb het hartritme kan reguleren. Spinnenweb staat nog volop in de belangstelling. Men heeft ontdekt dat spinneweb interessant kan zijn bij implantaten, daar het weinig tot geen afstotingsreacties oproept. Omdat spinnenweb zo uitzonderlijk sterk is onderzoekt men mogelijkheden om het in te gaan zetten als hechtmateriaal.









 
Op deze pagina:

Antimoon, gif of wondermiddel?.
Adeps hominis
Urine schouwen
bloedzuiger
Mumia
Theriak
.....


Antimoon, gif of wondermiddel?

Antimoon is voor de meeste mensen een relatief onbekend metalloïde. Toch heb je het bijna dagelijks in handen. Het is in vele gebruiksvoorwerpen verwerkt, zoals je bestek.
Antimoon is een zilvergrijs semi-metaal wat zelden in zijn pure vorm gevonden wordt. Meestal is het gebonden aan een mineraal, waarvan zwavel de belangrijkste is en Stibniet of antimoniet wordt genoemd. Stibniet is de belangrijkste bron om antimoon te winnen.

Men is onzeker over de herkomst van de naam antimoon. De meeste bronnen benoemen de afleiding uit het Grieks, anti en monos, wat vrij vertaald “niet alleenstaand” betekend. Dit zou dan verwijzen naar het feit dat antimoon meestal in gebonden vorm gevonden wordt. Het chemische symbool is SB, van Stibium.

Antimoniet is al sinds de oudheid in gebruik. Met een hardheid van 2 is het makkelijk tot poeder te vermalen en werd het als oogschaduw toegepast. In de middeleeuwen werd antimoniet gebruikt als pigment voor inkt en verf. De alchemisten vonden het mineraal interessant omdat men meende dat het bruikbaar was in het proces om onedele metalen in goud te doen veranderen. De stof smelt bij de hitte van een kaarvlam en heeft de eigenschap andere metalen te verharden. Tegenwoordig worden antimoon verbindingen ook gewaardeerd om hun brandvertragende eigenschappen.

Antimoon is giftig. Een vergiftiging met antimoon lijkt veel op dat van arsenicum. Een kleine dosis veroorzaakt hoofdpijn, duizeligheid en depressies. Een grotere dosis veroorzaakt heftig en frequent braken. Aan een fatale dosis zal men binnen een paar dagen overlijden.
Het lijkt dan in eerste instantie vreemd dat deze stof van de 15de tot de 19de eeuw een populair geneesmiddel was. Bekijk je dit gegeven echter in de context van het beeld dat men van ziekten had in die tijd dan wordt het geheel duidelijk. Ziekte en geloof waren in die tijd nauw verbonden. Het leven in zonde werd vaak aangemerkt als de oorzaak van een ziekte. Hierdoor zou men openstaan voor kwaadaardige krachten of geesten die de balans van de vier Humores (lichaamssappen) zwarte gal, gele gal, slijm en bloed zouden verstoren. Men dacht die verstoring te kunnen opheffen door de overmaat van sappen (onreinheden) te elimineren. Hiertoe zette men reinigende therapieën in zoals vasten, zweten, laxeren, braken en aderlaten. Daar Antimoon zulke heftige braakreacties veroorzaakt dacht men dat het een zeer krachtig medicijn betrof dat zelfs de meest ernstige ziekten kon bestrijden. Antimoon werd gezien als een spiritueel reinigingsmiddel dat “het beest” uit de mens kon verwijderen en men zodoende van zonden verlost zou kunnen worden. De toxiciteit van het middel werd door deze hypothese totaal overschaduwd. Men beschouwde alleen het dynamische effect van geneesmiddelen en niet het chemische effect zoals vandaag de dag gebeurt.

Dat Antimoon zo populair was als medicijn heeft zijn oorsprong in de verschillende (Alchemistische) werken die er in de middeleeuwen werden geschreven over deze stof.
In het laboratorium had men ontdekt dat antimoon, wanneer verhit, andere metalen oplost.
Zo kreeg het de naam Lupus metalorum, de wolf der metalen, het lood der wijzen. Hierin zag men de analogie met Saturnus die in de mythe zijn kinderen verorberd, oftewel de wijsheid die de onvolwassenheid wegneemt.
Het meest beroemde werk dat in die tijd verscheen over Antimoon is dat van de monnik Basilius Valentinus: De zegewagen van Antimoon. In zijn optiek zou een ieder die de transformatie kracht van antimoon zou kunnen begrijpen en toepassen zegevieren. Het werk inspireerde menig intellectueel zoals Nicolas Lemery, Boerhaave en Isaac Newton.

Het duurde niet lang voordat Antimoon als universeel geneesmiddel werd gezien. Het werd o.a. ingezet bij maag/darm bezwaren, borstklachten, de pest, melancholie en als verjongingsmiddel. Rond de 18de eeuw bestonden er meer dan honderd verschillende geneesmiddelen die een antimoonverbinding bevatte. Er werden bekers vervaardigd van dit metaal waarin men voor een nacht wijn liet staan en het dan op dronk. Kapitein James Cook had zo’n beker in zijn bezit, welke bewaard is gebleven. Of men nam antimoonpillen, de z.g. pilulae perpetuae. Omdat zij kostbaar waren werden ze na de uitscheiding gereinigd zodat zij weer opnieuw gebruikt konden worden. Door het overmatige gebruik lieten velen het leven en werd het gebruik aan banden gelegd. Men vermoed dat Mozart aan een antimoonvergiftiging is overleden. Hij nam dit controversiële medicijn in een poging zijn syfilis te bestrijden.

Met de ontwikkeling van de chemie aan het eind van de 19de eeuw ging men steeds meer beseffen dat antimoon giftig is en raakte uit de gratie. Maar met de opkomst van de homeopathie en de antroposofie halverwege de vorige eeuw toonde men weer interesse in deze stof. Analogieën werden opnieuw uitgediept en met de nieuwe toedieningswijze succesvol toegepast.
Binnen deze disciplines ziet men in de vorm van antimoniet, staafjes die vanuit één punt lijken te ontspringen, de levenskracht die het uitstraalt en haar vormende en verstevigende kwaliteiten. Het centrum dat controle heeft over het geheel.
Met deze optiek wordt antimoniet in homeopathische verdunningen ingezet bij spataderen en aambeien. Antimoon injecties worden gegeven bij depressies en psychosen. Twee duidelijke voorbeelden van verslapping die behoefte hebben aan vormkracht en versteviging.
De oplettende lezer valt het direct op dat het gebruik van en de ideeën over antimoon niet veel verschillen van die in de middeleeuwen. Dat alleen de toedieningsvorm is genuanceerd. Zo blijkt dus dat men in die tijd al op het goede spoor was. Want wie zei dat ook alweer dat de hoeveelheid bepaald of iets een gif is? Paracelcus.

©ezinenieuwemaan 2008

Bronnen: antimony in medical history - Ian mcCallum, Mellie Uldert - wezen en krachten der metalen,Boericke en Phatak - Materia Medica ,Basilius Valentinus -De zegewagen van Antimoon






Urine schouwen

Het schouwen van urine is al heel oud. Het was een van de eerste technieken die artsen ontwikkelden in een poging te ontdekken wat er mis was met hun patiënt. Indiase medische geschriften uit 200 voor onze jaartelling meldden reeds 20 verschillende types urine. Er werd beoordeeld op kleur, geur, samenstelling en smaak. Dat laatste roept natuurlijk een gevoel van walging op maar het was toen al opgevallen dat mieren soms urine erg interessant vonden en men vroeg zich af waarom. Bij nader onderzoek (lees: proeven) bleek dat de urine zoet smaakte. Het was de eerste link tussen urine en een ziekte: diabetes.

Hippocrates (460 – 355 v.o.j.) ontwikkelde de hypothese dat urine het filtraat was van ons bloed, geproduceerd door de nieren. Het bestuderen van de urine kon dus iets vertellen over de conditie van het bloed, en daarmee de conditie van de mens. Hij benoemde o.a. dat bubbels op verse urine wees op een chronische nierziekte, troebele urine te maken had met koorts en bloed in de urine wees op zweren in de nieren of blaas.
Pas in de tweede eeuw werd deze techniek meer uitgediept door Galen. Hij observeerde niet alleen de kwaliteit maar ook de kwantiteit van urine. Hij ontdekte o.a. dat in de gezonde mens de hoeveelheid ingenomen vocht ongeveer overeen komt met de hoeveelheid urine die geproduceerd wordt. Afwijkingen daarvan moesten dus iets te maken hebben ziekten.
In de zevende eeuw schreef Theophilus Protospatharius een compleet boek over uroscopie. Voor bijna elke conditie werd de urine beschreven. Hij was ook de eerste die experimenteerde met laboratoriumtechnieken om meer gegevens te verkrijgen. Urine werd het belangrijkste medium om ziekten te diagnosticeren.




Arts inspecteert urine van patiënte. De waterzuchtige vrouw- Gerard Dou.(1663)Het schilderij hangt in het Louvre in Parijs.

Het vereiste de correct techniek van urine verzamelen om accuraat de urine te interpreteren. In de 11de eeuw beschreef Ismail van Jurjani dat de urine 24 uur lang verzameld moest worden. Hij had inmiddels ontdekt dat voedsel de urine kon beïnvloeden dus moest de patiënt een lege maag hebben voor de start. Verder was het van belang dat de urine op een koele plek en uit het zonlicht moest worden gehouden want zonlicht kon de kleur van de urine beïnvloeden. De speciaal hiervoor vervaardigde flessen hadden de vorm van de blaas daar men geloofde dat urine in zo’n fles zich het meest natuurlijk zou gedragen. Deze flessen werden matula'’s genoemd en waren vervaardigd van dun helder glas. De matula gevuld met urine werd met de rechterhand tegen het licht gehouden om het te inspecteren op kleur, samenstelling en helderheid. De urine werd in verschillende stadia geschouwd: Als het nog warm was, en afgekoeld zodat het eventuele bezinksels konden worden geïnterpreteerd.


Matula met mand waarin de fles werd bewaard.

Het urine schouwen werd steeds uitgebreider dus ontwikkelde men kaarten om aan te refereren. Deze verschenen echter in het Latijn, zodat alleen de geletterden toegang hadden tot deze doctrine. De Corbeil bracht hier verandering in en schreef een stuk in rijm zodat de studenten de inhoud makkelijker konden onthouden. Urine schouwen kreeg zoveel aandacht omdat aanvankelijk de kerk het de artsen verbood om naakte lichamen te zien laat staan aan te raken. De ontwikkeling van het lichamelijk onderzoek werd hierdoor ernstig belemmerd. De urine was echter discreet te verkrijgen.

De matula werd het statussymbool voor de arts, net zoals de stethoscoop en de witte jas dit nu is. Uroscopie werd zo hoog in waarde geschat dat sommige artsen het niet eens meer nodig vonden om de patiënt te zien. De familie bracht simpel weg de urine naar de arts en hij stelde zijn diagnose. Hierop ontstond de nodige kritiek, want uiteindelijk ging ook het lichamelijk onderzoek en het klachten patroon een steeds grotere rol spelen binnen de geneeskunde. Een goede arts besefte dat juist de combinatie een krachtig handvat bood om tot de juiste diagnose te komen.


Uroscopiekaart

In de 14de eeuw werd Uroscopie door kleurkaarten toegankelijk gemaakt voor het volk, waardoor een grove zelfdiagnose mogelijk was en de eerste interacties tussen patiënt en dokter plaatsvonden. Dit had ook een keerzijde. Kwakzalvers gingen met de kennis aan de haal en voegde voorspellingen toe . Het voorspellen van de toekomst door middel van urine stamt al uit de tijd van de Romeinen. Zij zagen voortekens in de kleur, de smaak, de vorm van de straal of het figuur dat werd gevormd als de urine op het zand viel. De kwakzalvers hadden aan klandizie geen gebrek. Met name het gewone volk was erg onder de indruk als daar een man in een lang gewaad theatraal de matula tegen het licht hield en gewichtige uitspraken deed.

Rond de 15de eeuw meenden zelfs heksenjagers heksen te kunnen ontmaskeren door spijkers aan de urine van de vermeende heks toe te voegen in een fles met een kurk. Werd de persoon ziek of sprong de kurk er spontaan af, dan zag men dit als een teken dat zij inderdaad met een heks te doen hadden. Dit alles had tot gevolg dat uroscopie steeds minder serieus werd genomen. Artsen met een matula in de hand werden nu denigrerend piskijkers genoemd.

Uroscopie is uiteindelijk geheel van het toneel verdwenen. Toch beseffen maar weinig mensen dat deze techniek een belangrijke factor is geweest in de ontwikkeling van laboratorium onderzoek en het diagnosticeren. De kwaliteit en kwantiteit van urine geeft nog steeds waardevolle informatie als startpunt voor verder onderzoek. Als verpleegkundige schouw ik dagelijks de urine van een patiënt. Als er minder dan 30 ml per uur wordt geproduceerd is dat een teken dat de patiënt meer vocht behoeft. Troebele urine kan een teken zijn van een urineweg infectie. Bruine schuimende urine is een teken dat de lever niet goed functioneert. Als er veel meer urine wordt geproduceerd dan er gedronken wordt, kan een indicatie zijn dat de nieren niet goed werken. Om er maar een paar op te noemen. Allemaal observaties waar direct actie op moet worden ondernomen. Alleen dat proeven, dat laat ik achterwege.

©ezinenieuwemaan 2014

Bronnen: The evolution of urine analysis - American medical assosiation 1911





Adeps Hominis



Theriak



Mumia



De Bloedzuiger



....


 
Site Map